Na de vallei van de zuidelijke Songhoofdstad Bianjing door de Jürken werd ingenomen, vluchtte de regering naar Hangzhou waar ze tijdelijk hun hoofdstad vestigden. De auteur maakt hierin een spotprent van de hoge functionarissen die zich niet bezighouden met de bestuurlijke zaken, maar alleen genieten van lichamelijke en geestelijke genoegens in deze duistere realiteit.