Aan de zandgrond van een zonnige, warme veld. De zomer is bijna voorbij en de lucht is vol met het zoemende gezoem van insecten. De zon schijnt op de dorre grashalmen, die in de wind wiegen.
In een holletje onder een stenen muur leven vier jonge muisjes: Langs, Lint, Kruis en Aan. Ze zijn allemaal bezig met het verzamelen van voedsel voor de winter. Het is hun taak om te zorgen dat ze genoeg eten hebben als de sneeuw valt en de grond bevroren is.
Langs is groot en sterk. Hij draagt grote stukken droog gras in zijn bek. Lint is klein en snel. Zij springt heen en weer tussen de struiken om zaadjes te vinden. Kruis houdt alles in de gaten. Hij klimt op rotsblokken om te kijken of er geen roofdieren in de buurt zijn.
Maar Aan? Aan doet niets. In plaats van te werken, zit hij op een steen, met zijn ogen dicht. Hij lijkt te dromen.
‘Aan!’ roept Langs. ‘Waarom zit je hier stil? We moeten nog zoveel verzamelen!’
Aan opens zijn ogen langzaam. ‘Ik verzamel iets anders,’ zegt hij zachtjes.
‘Wat dan?’ vraagt Lint, nieuwsgierig.
‘Ik verzamel licht,’ zegt Aan. ‘De zon die vandaag op de bladeren viel. De kleuren van de bloemen. De warmte van de zomer. Ik bewaar ze in mijn hoofd.’
De anderen lachen. ‘Licht? Dat is geen voedsel!’ zegt Kruis. ‘We hebben geen tijd voor dromen.’
Aan glimlacht. ‘Misschien niet nu,’ zegt hij. ‘Maar wanneer de winter komt, en alles donker en koud is… dan zal ik het licht kunnen laten schijnen in onze herinneringen.’
Ze blijven hem uitlachen, maar Aan blijft rustig zitten, met zijn ogen dicht, alsof hij al een wereld van kleuren en warmte voor zich ziet.
En zo gaat de zomer voorbij.
De eerste sneeuw valt. De velden worden wit. De wind huivert door de kale takken. En de muisjes trekken zich terug in hun hol.
Binnen, in het donker, wordt het stil. Geen zon, geen licht, geen geluid van insecten. Alleen het geruis van de wind buiten.
Langs snort. ‘Hoeveel heb je verzameld?’ vraagt hij aan Aan.
‘Genoeg,’ zegt Aan. ‘Niet van voedsel. Maar van iets anders.’
Hij sluit zijn ogen. En begint te praten.
‘Ik zie de zon,’ zegt hij. ‘Zij schijnt op een groene heide. De bloemen dansen in de wind. Een vogel fluit een lied. De lucht is goudkleurig, warm, vol van zomer. Voelt u dat?’
Langs fronst zijn wenkbrauwen. ‘Dat is geen echt licht,’ mompelt hij.
Maar plotseling – een gevoel. Alsof de zon werkelijk op hen schijnt. Een vage warmte, een geur van bloesem, een vage melodie.
‘Het is alsof…’ fluistert Lint. ‘Alsof we weer buiten zijn.’
Kruis kijkt naar Aan. ‘Hij heeft het… echt gezien.’
Aan blijft praten. Over de zomer, over de zon, over de kleuren. Zijn woorden zijn als vlammen in het donker. Zij branden niet, maar ze verwarmen.
En terwijl de winter duurt, en de sneeuw blijft vallen, blijft Aan vertellen. Elke avond, als het donker is, maakt hij een nieuwe wereld voor hen.
Hij verzamelt geen graan. Hij verzamelt geen zaadjes.
Hij verzamelt licht.
En in de eindeloze winter, is dat het meest waardevolle voedsel van allemaal.
Einde.
Viermaal gewonnen door de Caldecott Award, het klassieke werk van Leo Lionni, wordt beschouwd als een mijlpaal in het wereldje van kinderboekjes! Leer kinderen zichzelf te waarderen en het beste uit zichzelf te halen!
Zuidelijke Zee Uitgeverij Amerika Sociaal en communiceren Chinees Vrede Hans Christian Andersen-prijs Bronzen medaille van Caldecott herfst Behoren en liefde Zelfinzicht samenleving Zelfinzicht menselijke interactie Behoren en liefde Kunstverwerving taaluiting Middenklas Groep 5 kleuterklas Vijf sterren Positief en optimistisch Gevoel voor gevoelens Collageanalyse Basale leeslijst voor jonge kinderen uit China (5-7 jaar)